|
HET IJSSELMEER

Het oude Almere was in de 7e eeuw al een druk kruispunt voor de Friese handel tussen Engeland, Frankrijk, Duitsland en het Oostzeegebied. De zeearm zou in de 13e eeuw tot Zuiderzee uitspoelen. Het wemelde van de schepen.
In de 16e en 17e eeuw beleefde de Hollandse zeehandel de Gouden Eeuw. Hoorn, Enkhuizen en Amsterdam zonden hun koopvaarders de hele wereld over en lieten Kaap Hoorn en Nieuw Amsterdam na als visitekaartjes. De rijkdom van weleer prijkt er nog in fraaie gevels, vesting- en havenwerken.
Naast handel was er ook de visserij: de jollen van Stavoren, de aken van Lemmer, de zeebotters en schokkers van Urk, Schokland en Enkhuizen, de punters van Kampen, de pluten van Elburg, de botters van Spakenburg en Marken, de kwakken van Volendam, de schouwen van Hoorn en de vletten van Den Helder. Zij visten met dwars- en wonderkuilen, ansjovisnetten, zegens en staande netten.

De open Zuiderzee was net zon broedplaats van vis als nu de Waddenzee is. In de dorpen is de oude sfeer van eikenhout en teer bewaard gebleven, zelfs oude klederdrachten worden nog gedragen. Regelmatig worden evenementen voor zeilende vissersschepen georganiseerd.

1932 werd de Afsluitdijk gebouwd om de kustlijn van de toenmalige Zuiderzee te verkorten en om voor de bewoners een veiliger bestaan te garanderen. Zo ontstond het IJsselmeer, dat nu van het Wad gescheiden is. Met de oudste polder, de Wieringermeer, die het eiland Wieringen aan de vaste wal heeft vastgekoekt. Hetzelfde overkwam de eilanden Urk en Schokland in de Noordoostpolder. De oude vissersplaatsen Elburg, Harderwijk, Spakenburg en Huizen kregen Zuidelijk Flevoland op de stoep. Voor de oude cultuur was het jammer, maar de watersnoden en verzilting rond de Zuiderzeekust zijn tot staan gebracht. Met een machtig monument van waterbouwkunde.
|